Het Fonds bepaalt in de eerste plaats of de schade al dan niet het gevolg is van de aansprakelijkheid van een zorgverlener, en bepaalt de ernst van de schade.
Gaat het om een medisch ongeval zonder aansprakelijkheid en voldoet de ernst van de schade aan de wettelijk bepaalde criteria, dan betaalt het Fonds een schadeloosstelling uit.
De ernst van de schade moet voldoen aan één van de volgende criteria:
- de patiënt is getroffen door een blijvende invaliditeit van 25 % of meer;
- de patiënt is getroffen door een tijdelijke arbeidsongeschiktheid gedurende zes opeenvolgende maanden of zes niet opeenvolgende maanden over een periode van twaalf maanden;
- de schade verstoort bijzonder zwaar, ook economisch, de levensomstandigheden van de patiënt, of de patiënt is overleden.
Door verschillende graden van ernst te definiëren, voorziet het Fonds enkel een tegemoetkoming voor de meest ernstige gevallen. Hierdoor blijft het systeem financieel levensvatbaar.
Het Fonds kan ook tussenbeide komen in gevallen waarbij de beroepsbeoefenaar aansprakelijk is voor de schade. Als het Fonds oordeelt dat de beroepsbeoefenaar een fout heeft begaan, zal het Fonds hem of zijn verzekeraar vragen een voorstel tot schadeloosstelling te formuleren.
Als de beroepsbeoefenaar niet of onvoldoende verzekerd is, kan het Fonds het slachtoffer of zijn rechthebbenden vergoeden.
